RUP's en BPA's

Bijzondere Plannen van Aanleg - BPA

Bijzondere Plannen van Aanleg (BPA's) zijn gemeentelijke bestemmingsplannen die in het verleden gemaakt werden om het gewestplan te verfijnen.

Sinds het decreet op de Ruimtelijke Ordening worden de BPA's vervangen door gemeentelijke Ruimtelijke UitvoeringsPlannen (RUP's). De bestaande BPA's blijven evenwel geldig tot ze worden vervangen door een gemeentelijk RUP.

Ook in de gemeente Kruibeke zijn er nog een aantal BPA's van toepassing. De meest recente BPA's kan je onderaan deze pagina downloaden.

Ruimtelijke UitvoeringsPlannen - RUP

RUP's zijn toekomstgerichte ruimtelijke bestemmingsplannen. Met dergelijke plannen wordt voor elk perceel grond in een gemeente of stad geregeld wat er wel of niet mag gebouwd worden, er wordt met andere woorden een ruimtelijke bestemming aan toegekend.

De plannen in hun geheel hebben als doel ervoor te zorgen dat er een ruimtelijke harmonie is tussen wonen, recreatie, natuur, mobiliteitsinfrastructuur, economie, landbouw en andere bestemmingen en stedelijke functies.

Gemeentelijk RUP

Een gemeentelijk RUP maakt de uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan concreet. Bij hun beleidsbeslissingen moeten de verschillende betrokken overheden verplicht rekening houden met het ruimtelijk structuurplan en het RUP.

Een RUP moet een vrij lange administratieve weg doorlopen, die strikt wettelijk vastgelegd is. Het duurt gemakkelijk 1,5 jaar vooraleer een RUP-procedure afgerond is:

1. Voorbereidende fase:

De voorbereidende fase omvat alle acties die gebeuren voorafgaand aan de opmaak van de startnota en de procesnota, de eerste formele stap van het geïntegreerde RUP-proces. 

2. Opmaak startnota en procesnota:

Het doel is om de documenten (startnota, procesnota) op te maken die de eerste planopties aangeven en deze opties onderbouwen en motiveren. Deze documenten vormen de basis voor de eerste raadpleging van publiek en adviesvraag.

De procesnota is een aparte, op zichzelf staande nota die het volledige planningsproces omschrijft, zowel hoe het proces wordt gepland als hoe het effectief werd uitgevoerd. Het is dus een evolutief document: in de startfase zal dit nog zeer beperkt zijn, maar het document groeit aan naarmate het proces vordert.

De procesnota is een document met louter toelichtende waarde waarop geen inspraak mogelijk is. Het document is ‘inert’ voor aanvechting, aangezien het enkel een feitelijk relaas is van de doorlopen procedure en de ondernomen stappen. De procesnota is voor het publiek als het ware een 'leeswijzer" van de doorlopen planningsprocedure en de vervolgstappen. 

De startnota omvat o.a.:

  • de geografische afbakening
  • de beoogde plandoelstelling (bv. een herbestemming naar bedrijventerrein, woongebied, …)
  • de juridische context (geldende plannen van aanleg of RUP’s)
  • de reikwijdte (tot waar strekt het RUP zich uit, wat zijn de gekozen (logische) voorgestelde grenzen van de perimeter)
  • de detailleringsgraad of de doorwerking op het terrein
  • de te onderzoeken effecten waaronder hetzij de aanpak van het plan-MER hetzij de analyse (screening) met inbegrip van de redenen waarom geen plan-MER moet worden opgemaakt 

Het is de bedoeling om op basis van de eerste planopties in dit document met de bevoking tijdens het participatiemoment reeds in discussie te gaan.

3. Organisatie raadpleging publiek en adviesvraag:

Het decreet voorziet minstens in een raadpleging van de bevolking over de startnota gedurende 60 dagen (ook in het geval van grensoverschrijdende milieueffecten) en één participatiemoment.

Een participatiemoment moet worden gevoerd in de geest van de kennisgeving binnen de huidige plan-MER-procedure.

  • Het doel is om iedereen op de hoogte te brengen en om kennis en input te vergaren, alternatieven te bepalen en niet zozeer om in detail de planopties te becommentariëren (= bezwaren te formuleren). Het openbaar onderzoek later in de procedure (zie organisatie openbaar onderzoek) vormt daarentegen de basis voor het formuleren van bezwaren.
  • ‘Participatie’ is een breed begrip, maar de keuze van de graad van inspraak kan gestuurd worden door het bevoegde bestuur (voorbereid door het planteam) en dit mede door de wijze waarop de doelstelling van het plan wordt beschreven.

De bevoegde overheid vraagt advies over de startnota aan de adviesinstanties zoals vermeld in Bijlage 1 van het Uitvoeringsbesluit. Het advies moet binnen een termijn van 60 dagen gegeven worden. Als deze termijn wordt overschreden, kan aan de adviesvereiste voorbijgegaan worden.

Voor een gemeentelijk RUP vraagt het college van burgemeester en schepenen advies aan :

  • de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening
  • het departement Omgeving van de Vlaamse Overheid
  • de deputatie van de provincie
  • de adviesinstanties zoals vermeld in Bijlage 1 van het Uitvoeringsbesluiteen openbaar onderzoek

4. Opmaak scopingsnota:

Bij de opmaak van de scopingnota is enerzijds de nota zelf (= resultaat) en anderzijds zeker ook het proces om tot deze nota te komen belangrijk.

In deze fase worden de adviezen en inspraakreacties verwerkt en wordt aangegeven welke overwegingen hierbij hebben meegespeeld. Deze fase kan deels parallel lopen met de opmaak van het RUP en eventueel de verdere opmaak van de onderbouwende effectbeoordelingen.

De scopingnota bouwt voort op de startnota en bevat minstens dezelfde onderdelen als de startnota. De scopingnota bepaalt de te onderzoeken ruimtelijke aspecten en de effectbeoordelingen die moeten worden uitgevoerd, alsook de methode ervan. Door het opmaken van de scopingnota wordt er richting gegeven aan het onderzoek voor wat betreft het plan zelf en de effecten.

5. Opmaak (voor)ontwerp-RUP en effectenbeoordelingen:

Na de opmaak en het openbaar maken van de scopingnota vervolgt het planteam het geïntegreerd planningsproces. Hierbij wordt het plan verder uitgewerkt samen met de effectbeoordelingen en eventuele andere onderzoeken die relevant worden geacht. Alternatieven worden onderzocht naar hun ruimtelijke en andere effecten en naar de doelstellingen van het plan.

Eventueel kunnen bepaalde alternatieven verlaten worden op basis van de beoordelingen of kunnen nieuwe varianten worden toegevoegd (altijd onderbouwd met effectbeoordelingen). Het volledige planteam is hierbij betrokken en indien nodig kunnen zelfs nieuwe instanties opgenomen worden in het proces.

6. Organisatie openbaar onderzoek:

Het openbaar onderzoek duurt 60 dagen. Dit openbaar onderzoek wordt minstens binnen de 30 dagen (termijn van orde) na de voorlopige vaststelling aangekondigd in het Belgisch Staatsblad. Het openbaar onderzoek start uiterlijk de dertigste dag (termijn van orde) nadat de aankondiging ervan in het Belgisch Staatsblad is verschenen.

De adviezen, opmerkingen en bezwaren worden door de Gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Ordening (GECORO) gebundeld en verwerkt.

7. Definitieve vaststelling van RUP:

De dienst Milieueffectenrapportage (MER) en de dienst Veiligeheidsrapportage (VR) beoordelen voorafgaand aan de definitieve vaststelling van het RUP de kwaliteit van het plan-MER respectievelijk RVR. Ze toetsen aan de scopingnota en aan de vereiste gegevens die een plan-MER respectievelijk VR moet omvatten en ze houden rekening met de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde adviezen, opmerkingen en bezwaren. In het geval er geen plan-MER of RVR moest opgesteld worden, vervalt deze vereiste uiteraard.

De gemeenteraad stelt binnen 180 dagen na het einde van het openbaar onderzoek het RUP definitief vast.

De meest recente gemeentelijke RUP's kan je onderaan deze pagina downloaden:

  • RUP Kruibeke Groene Have
  • RUP Bazel Wijnakkershoek
  • RUP Rupelmonde Centrum

Provinciaal/gewestelijk RUP 

Naast de gemeentelijke RUP's worden er ook provinciale en gewestelijke RUP's gemaakt. Binnen de gemeente zijn geen provinciale RUP's van toepassing, wel een aantal gewestelijke RUP's:

 

Proces RUP

Openingsuren & contact

Stedenbouw

adres
O.L.Vrouwplein 18-209150 Kruibeke
Tel. tel.
03 740 02 34
Tel. tel.
03 740 02 33
Tel. tel.
03 740 36 96
e-mail
stedenbouw@kruibeke.be